Frank Dolphin Wong

impresariaat

Trilando

Trilando - impresariaat

 

 

Frank Dolphin Wong (bariton)

 

 

De Nederlandse bariton Frank Dolphin Wong studeerde klassieke zang bij Udo Reinemann aan de conservatoria van Utrecht, Amsterdam en Den Haag, alwaar hij deel uitmaakte van de opera academie. Tegelijkertijd studeerde hij aan het “Conservatoire de Metz”, alwaar hij een 2-jarige ursus voor het Duitse lied afsloot met een “Premier Prix”.

Hij volgde masterclasses bij o.a. Charlotte Margiono, Robert Loyd, Jard van Nes, Peter Elkus, Christian Papis en James McCray.

Zijn debuut in Het Muziektheater te Amsterdam maakte hij als solist in het Kurt Weill-Project (o.a.“Happy End”, “Lost in the stars” en “Berliner Requiem”) van het Nationaal Ballet, choreografie Krysztof Pastor, met het Nederlands Balletorkest o.l.v. Thierry Fischer.

In “Le Nozze di Figaro” (Mozart) vertolkte hij in 2003 Figaro met Nuovo Musiche o.l.v. Eric Lederhandler/Jerome Pillement, regie Alain Sachs tijdens een tournee door Frankrijk en België. 

(reprise 2005 in Nederland)

Zijn oratorium repertoire omvat werken als “Carmina Burana” (Orff), de Requiems van Verdi, Brahms, Fauré, Mozart en Dvorak, “The Messiah” (Händel), “Die Jahreszeiten” en “Die Schöpfung” (Haydn), “de Messa di Gloria” (Puccini) en de Christus partij in de Matthäus- en Johannespassion (Bach).

 

Van 2004 tot 2010 was hij als solist verbonden aan het theater Hagen (Duitsland).

Hier vertolkte hij o.a. de volgende rollen:

 

• Il Conte d’Almaviva in „Le Nozze di Figaro“ (Mozart)

• Nick Shadow in „The Rake’s Progress“(Strawinsky)

• Don Carlos in „La Forza del Destino“ (Verdi)

• Orest in „Elektra” (Strauss)

• Lescaut und de Bretigny in „Manon” (Massenet)

• Sprecher in „Die Zauberflöte” (Mozart)

• Ford in „Falstaff“ (Verdi)

• Lindorf, Coppélius, Dapertutto und Miracle in „Les Contes ’Hoffmann“ (Offenbach)

• Dreieinigkeitsmoses in „Aufstieg und Fall der Stadt Mahagony“ (Weill)

• Frank in „Die Tote Stadt“ (Korngold)

• Wolfram in „Tannhäuser“ (Wagner)

• Joseph de Rocher in „Dead Man walking“ (Heggie)

• Sweeney Todd in „Sweeney Todd“ (Sondheim)

• Kruschina in „Die verkaufte Braut“ (Smetana)

• Stanley Kowalski in „A streetcar named Desire“ (Previn)

• Rigoletto in „Rigoletto“ (Verdi)

• Germont in „La Traviata“ (Verdi)

• Studeeropdracht: Michèle in „Il Tabarro“, Puccini.

 

In 2006 werd hij in de ‘Kritiker Umfrage’ door twee journalisten uitgeroepen tot beste ‘Nachwuchssänger’ (jong talent) van Nordrhein Westfalen voor zijn vertolking van Orest in “Elektra” (Strauss).

In 2009 is hij wederom gekozen, dit maal voor de vertolking van Stanley Kowalski in “A streetcar named desire” als ook voor de beste zanger van Nordrhein Westfalen voor de rol van Rigoletto uit de opera “Rigoletto”.

 

Frank Dolphin Wong werkt sinds juli 2010 als freelance bariton.

 

In de periode vana 2010 -2013 zong hij o.a. de rol van Ping in de opera Turandot aan de Nationale Opera van Polen, Warschau, o.l.v. Carlo Montanaro/Patrick Fournillier, regie Mariusz Trelinski, Rigoletto in Theater Solingen, o.l.v. Peter Kuhn, regie Igor Folwill. Aan het Theater Hagen zong hij Escamillo in "Carmen", o.l.v. Florian Ludwig, regie Anthony Pilavachi, Dr. Falke in “Die Fledermaus”, Schaunard in “La Bohème” en Peter Besenbinder in “Hänsel und Gretel” (Humperdinck). Verdere concertante uitvoeringen in Vredeburg als Ezio in Atilla (Verdi), Don Carlo in Ernani (Verdi) en de Carmina Burana, het Verdi Requiem en de Petite Messe Solennelle in het Concertgebouw Amsterdam.

 

In het seizoen 2013/2014 zong Frank in Theater Bielefeld de volgende rollen: Giacomo in Giovanna d’Arco, Scarpia in Tosca, Wotan in Ringetje, en Tarquinius in The Rape of Lucretia. In 2014/2015 zal hij Sharpless in Madame Butterfly, der Schwarze Geiger in Romeo und Julia auf dem Dorfe (Delius) en diverse aria’s in het Opera Gala "Culinaria" zingen. Tevens staat op het programma het Stabat Mater van Szymanowski/Requiem Durufle in de Philharmonie Keulen, alwaar hij ook in april 2015 Scarpia in Tosca zal vertolken. Verder zingt hij het Deutsches Requiem van Brahms en het Te Deum van Dvorak.